Wereldmuziek.jouwweb.nl
Home » tirool

    tirool

Oostenrijk is ook het land van de muziek. Oostenrijk is het land van de grote Europese componisten die een toonaangevende rol hebben gespeeld in de Europese muziekgeschiedenis. Deze reputatie heeft het land te danken aan de muziekminnende Habsburgers en andere vorsten, die de muziek stimuleerden via hun salonorkesten, ensembles, muziekkapellen, door componisten aan hun hof aan te stellen en door hun eigen creativiteit. De eerste aanzet tot de bloeiende muziekcultuur aan het hof kwam aan het eind van de 15de eeuw van keizer Maximiliaan, die de Wiener Sängerknaben oprichtte. De ongeëvenaarde reputatie op het gebied van de muziek vestigde Oostenrijk in de loop van de 17de en 18de eeuw. Vooral de hooftstad Wenen groeide uit tot Europese muziekstad dankzij de eerste Weense School rond de uit Burgenland afkomstige Joseph Haydn, de Salzburger Wolfgang amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven, die lang in Wenen woonde. In elke Oostenrijkse plaats die ook maar even verbonden is met deze klassieke componisten, dragen straten en pleinen de namen van de vedettes, staan hun beelden en monumenten en worden de muzikale herinneringen door culturele evenementen levend gehouden. Andere Oostenrijkse coryfeeën uit deze periode zijn Gluck, Schubert en Liszt.
In de loop van de 19de eeuw gaf Oostenrijk zich met hart en ziel over aan de wals en andere dansvormen. Bij de wals denkt de hele wereld aan één persoon: Johann Strauss junior, de koning van de wals. De Weense componist maakte de Weense wals, dankzij onder andere de overbekende An der schönen blauen Donau en Wiener Blut, onsterfelijk. Strauss junior staat in de tweede helft van de 19de eeuw eveneens aan de wieg van een andere succesformule, de Weense operette. Zijn composities als Die Fledermaus en Der Zigeunerbaron, zijn over de hele wereld bekend. Andere klassiekers uit de gouden tijd van de Weense operette zijn Die lustige Witwe van Franz Lehár en Die Csárdásfürstin van Emmerich Kálmán. Robert Stolz zette de Oostenrijkse operettetraditie in de 20ste eeuw voort. Naast de operette bleef de klassieke muziek triomferen dankzij Brahms, Mahler en een vedette uit jongere tijd, de Salzburger Herbert von Karajan. Aan het begin van de 20ste eeuw voltrokken zich in Wenen opzienbarende muzikale vernieuwingen. De tweede Weense School rond Arnold Schänberg, Anton von Webern en Alban Berg sloeg met atonale composities gebaseerd op een twaalftoonsysteem, in plaats van acht, een nieuwe richting in, die vérstrekkende invloed heeft gehad op de moderne klassieke muziek van de 20ste eeuw. Bij het grote publiek is deze muziek, door het ontbreken van duidelijke herkenningspunten nooit echt in de smaak gevallen.